Het vonnis in de zaak aspartaam

Ja of nee tegen aspartaam? De hamvraag die al vele jaren latent aanwezig blijft in het geweten van ons brein. Wat moeten we nou toch met deze stof? De één heeft lovende woorden terwijl de ander de stof met argusogen bekijkt en zegt jij bent vergif! Deze tegengestelde opvattingen zorgen ervoor dat consensus uitblijft en daarom is het tijd om een artikel te plaatsen en met volle overtuiging een standpunt in te nemen. Tijd om kleur te bekennen en een vonnis uit te spreken over aspartaam.

Aspartaam

Aspartaam is een kunstmatige zoetstof die plusminus 200 keer zoeter is als suiker en nagenoeg geen calorieën levert (1-3). In de wereld van de e-nummers kun je aspartaam vinden onder het nummer E951. Een e-nummer betekent trouwens dat de Europese Unie heeft bepaald dat de stof veilig is bevonden. Niet via kop of munt, maar een lang proces van onderzoek naar de stof. Vervolgens stelt de Europese Unie een ADI vast voor het e-nummer (aanvaardbare dagelijkse inname). Dit is de hoeveelheid die je gedurende je leven lang kan innemen zonder dat daarbij je gezondheid in het geding komt. Bij aspartaam is deze hoeveelheid 40mg/kg wat gelijk staat aan ongeveer 4 tot 6 liter (4,5). Een hoeveelheid waar zelfs grote gebruikers een beste kluif aan hebben.

Waarom wordt aspartaam gebruikt?

De eigenschappen die aspartaam heeft zorgt ervoor dat de stof een aantrekkelijke additief is voor de voedingsindustrie. Producten kunnen zoeter gemaakt worden zonder dat daarbij suiker aan te pas komt. Dit scheelt een hoop in calorieën en in een samenleving waarin veel mensen willen afslanken kan dit vele voordelen bieden. Producten waar aspartaam in voorkomt zijn light-frisdranken, snoep, yoghurtdranken, desserts, jam, zoetjes en bijvoorbeeld suikervrije medicijnen.

Aspartaam in ons lichaam

Na het eten van aspartaam wordt de stof volledig gehydrolyseerd (afgebroken) door het lichaam. De stof wordt gesplitst tot de aminozuren fenylalanine en aspargaginezuur en daarnaast ook tot de stof methanol (4). Een drietal stoffen die het lichaam overigens ook zelf aanmaakt en schadelijk hoef je ze niet te noemen. In een hoge dosis is methanol wel schadelijk, maar dat kan water ook zijn of zelfs vitamines. Wel kan fenylalanine een gevaarlijke stof zijn voor PKU-patiënten (lees: uitzonderingen). Deze groep mensen mogen niet teveel fenylalanine binnenkrijgen omdat ze dit aminozuur niet goed kunnen omzetten. Daardoor ontstaan afbraakproducten die hersenbeschadiging tot gevolg kunnen hebben (6,7). Maar voor mensen die niet tot deze groep behoren gebeurt de afbraak van aspartaam erg efficiënt en lijkt er geen vuiltje aan de lucht.

De veiligheid van aspartaam

De veiligheid van aspartaam staat op losse schroeven vanwege verhalen die er rond gaan. Boze tongen beweren dat aspartaam in verbrand wordt gebracht met hersentumoren, kanker, aantasting zenuwstelsel en het stimuleren van het hongergevoel bijvoorbeeld. De boze tongen die dit beweren zien aspartaam als puur vergif. Het frappante maar vooral droevige hieraan is dat dit echter nooit maar dan ook nooit wetenschappelijk is bewezen. Er is onvoldoende bewijskracht om dit te kunnen zeggen. Aspartaam is één van de meest onderzochte stoffen en wetenschappelijke onderzoeken laten zien dat aspartaam juist wél een veilige stof is (3,5,8,9,10,11,12,13,14,15). Er is geen link tussen het krijgen van hersentumoren of kanker (16-18). Geen relatie tussen schade aan zenuwstelsel en geen bewijs dat het hongergevoel stimuleert (19). Grootschalige onderzoeken komen wederom tot de conclusie dat aspartaam veilig is, in negentig landen wordt aspartaam veilig bevonden en grote wetenschappelijke organisaties berichten dat de bewijskracht overduidelijk is (3,20). Het vonnis in de zaak aspartaam luidt dan ook dat aspartaam veilig is. Een andere mening kunnen wij echt niet hebben. De wetenschap heeft duidelijk gesproken.

Conclusie

Aspartaam is een kunstmatige zoetstof die 200 keer zoeter is dan suiker en nagenoeg geen calorieën levert. De ADI van aspartaam komt neer op 40mg/kg en zelfs grote gebruikers komen zelden aan die hoeveelheid. Voor de industrie is aspartaam een aantrekkelijke stof omdat het producten zoet kan maken zonder dat het calorieën oplevert. Het lichaam breekt de stoffen af in aminozuren en methanol. Alleen bij PKU-patiënten is het opletten geblazen omdat zij een van de aminzuren fenylalanine niet goed kunnen afbreken. Aspartaam is zo ontzettend vaak onderzocht en de bewijskracht is zo groot dat we maar één ding kunnen zeggen. Aspartaam is veilig. Angstig zijn rondom deze stof is onnodig en onterecht.


Dit artikel schreef ik voor Personal Body Plan

Bronnen

  1. De jong, F. Ons Voedsel in getallen. ‘s-Gravenland. Fontaine Uitgevers; 2010. P.125-P126
  2. Whitney E, Rolfes, SR. Understanding Nutrition.
    Wadsworth; 2009. Hoofdstuk 4. P.133-P134
  3. Magnuson, BA et al. Aspartame: a safety evaluation based on current use levels, regulations, and toxicological and epidemiological studies. Critical Reviews in Toxicology. 2007. Beschikbaar via: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/17828671 Geraadpleegd op 8-10-2015
  4. Van den Berg, Y, Botermans, M. De veiligheid en schadelijkheid van E-nummers. Van Lindonk & de Bres Special. 2013. P26-P27
    5.EFSA. European Food Safety Authority. Aspartame. 2013. Beschikbaar via: http://www.efsa.europa.eu/en/topics/topic/aspartame Geraadpleegd: 8-10-2015
  5. Renwick AG, The intake of intense sweeteners – an update review.  Food
    tives and Contaminants. 2006. Beschikbaar via: http://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/10408440701516184?journalCode=itxc20 Geraadpleegd op 8-10-2015
  6. World Health Organisation. Evaluation of certain food additives and contaminants.  Technical Report. 2004. Beschikbaar via: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/15354533 Geraadpleegd op: 8-10-2015
  7. Butchkoa, H.H et al. Aspartame: review of safety. 2002. Beschikaar via: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/12180494 Geraadpleegd op 8-10-2015
  8. EFSA. Updated opinion on a request from the European Commission related to the 2nd ERF carcinogenicity study on aspartame, taking into consideration study data submitted by the Ramazzini Foundation in February 2009. 2009. Beschikbaar via: http://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/1015 Geraadpleegd: 8-10-2015
  9. Nederlandse Voedsel- en warenautoriteit. EFSA rapport over aspartaam. Beschikaar via: https://www.nvwa.nl/onderwerpen/bedrijven-en-instellingen/branche/levensmiddelenindustrie/nieuwsoverzicht/nieuwsbericht/10654/efsa-rapport-over-aspartaam Geraadpleegd op 8-10-2015
  10. European commission health & consumer protection directorate-general. Opinion on the scientific committee on food: update on the safety of aspartame. 2002. Beschikbaar via: http://ec.europa.eu/food/fs/sc/scf/out155_en.pdf
  11. Health Canada. Food and nutrition. Aspartame. Beschikbaar via: http://www.hc-sc.gc.ca/fn-an/securit/addit/sweeten-edulcor/aspartame-eng.php Geraadpleegd: 8-10-2015
  12. GAO. U.S. Government Accountability Office. Food and Drug Administration. Food Additive Approval Process Followd for Aspartame. 1987. Beschikbaar via: http://www.gao.gov/products/HRD-87-46 Geraadpleegd: 8-10-2015
  13. FDA. U.S. Food and Drug Administration. Protecting and Promoting Your Health. 2007. Beschikbaar via: http://www.fda.gov/Food/IngredientsPackagingLabeling/FoodAdditivesIngredients/ucm208580.htm Geraadpleegd: 8-10-2015
  14. European Food Safety Authority. Opinion of the Scientific Panel on Food Additives, Flavourings, Processing aids and Materials in contact with Food (AFC) on a request from the commission related to a new long-term carcinogenicity study on aspartame. 2006. Beschikbaar via: http://ecdc.europa.eu/en/publications/Publications/EU-summary-report-trends-sources-zoonoses-2013.pdf Geraadpleegd: 8-10-2015
  15. National Toxicol Program. NTP report on the toxicology studies of aspartame (CAS No. 22839-47-0) in genetically modified (FVB Tg.AC hemizygous) and B6.129-Cdkn2atm1Rdp (N2) deficient mice and carcinogenicity studies of aspartame in genetically modified [B6.129-Trp53tm1Brd (N5) haploinsufficient] mice (feed studies). 2005. Beschikbaar via: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/18685711 Geraadpleegd: 8-10-2015
  16. Weihrauch, M.R et al. Review. Artificial sweeteners – do they bear a carcinogenic risk? Ann oncol. 2004. Beschikbaar via: ww.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/15367404 Geraadpleegd: 8-10-2015
  17. Gallus, S et al. Artificial sweeteners and cancer risk in a network of case-control studies. Ann Oncol. 2007. Beschikbaar via: http://annonc.oxfordjournals.org/content/18/1/40.full Geraadpleegd: 8-10-2015
  18. Roll, B.J. Effects of intense sweeteners on hunger, food intake, and body weight: a review. 1991. Beschikbaar via: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/2008866 Geraadpleegd: 8-10-2015
  19. Tandel, K.R. Sugar substitutes: Health controversy over perceived benefits. 2011. Beschikbaar via: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3198517/ Geraadpleegd: 8-10-2015