Misschien herken je dit: eten zit vaak in je hoofd. Je denkt na over wat je gaat eten, wat je al hebt gegeten, of je nog iets neemt. In mijn boek Train je brein naar een gezond gewicht leg ik uit dat het probleem niet zozeer zit in wat je eet, maar in hoe je omgaat met die voortdurende gedachten over eten. In dit artikel leg ik dat kort uit. Veel leesplezier!
Je brein denkt niet in gezond of ongezond
Wat belangrijk is om te begrijpen: je brein bepaalt niet wat belangrijk is op basis van wat goed of gezond voor je is. Het reageert vooral op wat bekend voelt, wat vaak terugkomt en wat eerder een goed gevoel gaf. Daardoor kan eten zo’n grote rol blijven spelen in je hoofd, ook als je lichaam het eigenlijk niet nodig heeft.
Je brein maakt van gedachten gedrag
Gedachten over eten ontstaan vanzelf. “Misschien iets eten?” of “heb ik zin in iets lekkers?” Je kiest ze niet bewust, je brein produceert ze continu. Alleen voelt het vaak alsof je er iets mee moet. Elke keer dat je zo’n gedachte volgt en iets gaat eten, leert je brein: dit werkt. Het slaat dat patroon op en herhaalt het de volgende keer sneller. Zo ontstaat automatisch eetgedrag. Niet omdat je zwak bent, maar omdat je brein herhaalt wat eerder een beloning gaf.
Gedachten over eten zijn geen opdrachten
Wat veel mensen niet doorhebben, is dat een gedachte geen actie hoeft te worden. Het is slechts een mentale impuls. Maar omdat die gedachte sterk kan voelen, lijkt het alsof je moet handelen. In werkelijkheid reageer je vaak niet op honger, maar op een gedachte. En precies daar kun je het verschil maken: door te zien wat er gebeurt, zonder er direct in mee te gaan.
Hoe je minder gaat denken aan eten
De sleutel ligt in één klein moment: het moment dat je denkt “oh, daar is die gedachte weer.” Geen strijd, geen controle, alleen bewustzijn. Door dat moment steeds vaker te herkennen, ontstaat er ruimte. En in die ruimte kun je een andere keuze maken. Je hoeft niet perfect te reageren, je hoeft alleen te zien dat je niet elke eetgedachte hoeft te volgen.