Overdag verloopt het allemaal op rolletjes. Je ontbijt gezond, luncht netjes en laat dat koekje bij de koffie gemakkelijk staan. Maar dan wordt het avond. Je bent moe, ploft op de bank en ineens komt de eetdrang naar boven. Die zak chips lijkt plots een stuk aantrekkelijker dan een paar uur geleden. Herkenbaar? Dat heeft vaak veel minder met wilskracht te maken dan je denkt.
Besluitvermoeidheid: je brein heeft er al een hele dag op zitten
Vanaf het moment dat je wakker wordt, neem je beslissingen. Grote, maar vooral ook heel veel kleine. Naarmate de dag vordert en je vermoeider raakt, kan het lastiger worden om iedere keuze opnieuw bewust af te wegen. Dit wordt ook wel decision fatigue, oftewel besluitvermoeidheid, genoemd. Door mentale vermoeidheid kan je brein gevoeliger worden voor keuzes die weinig moeite kosten en direct iets prettigs opleveren. Eten kan zo’n tijdelijke beloning zijn. Heb je overdag ook nog te weinig gegeten, dan wordt het helemaal een uitdagende combinatie. Een vermoeid brein én een lichaam dat om energie vraagt, maken die zak chips vanzelf een stuk interessanter.
Conditionering: je brein heeft geleerd dat de bank bij eten hoort
Soms ontstaat de trek pas wanneer je op de bank gaat zitten. Niet omdat je ineens honger hebt, maar omdat je brein die situatie door herhaling is gaan koppelen aan eten. Als televisie kijken vaak samengaat met chips of chocolade, kan uiteindelijk alleen het aanzetten van de televisie al eetdrang oproepen. Dat is conditionering: je brein heeft geleerd wat er na deze prikkel meestal volgt. Zo’n patroon kun je gelukkig ook weer afleren. Merk je dat de trek opkomt? Stel het eten dan eens tien minuten uit en doorbreek bewust je vaste routine. Zet thee, loop een klein rondje of doe iets anders. Vraag jezelf daarna opnieuw af: heb ik echt honger, of reageerde mijn brein vooral op dit moment?
Restrictie: strenge regels werken vaak averechts
De hele dag proberen om alles ‘goed’ te doen kan ’s avonds juist tegen je werken. Geen koek, geen chocolade en vooral niet afwijken. Neem je ’s avonds toch een koekje, dan kan al snel de gedachte volgen: nu heb ik het toch verpest. Dat is alles-of-nietsdenken: één keuze wordt in je hoofd het bewijs dat de hele dag is mislukt. Juist daardoor wordt de stap naar nóg een koekje kleiner. Probeer zo’n moment daarom als één losse keuze te zien. Je hebt een koekje gegeten, meer niet. Vraag jezelf af: wat zou ik nu kiezen als dat eerste koekje niet betekende dat ik iets had verpest? Je hoeft je dag niet opnieuw te beginnen. Alleen je volgende keuze te maken.
Emotioneel eten: soms probeer je iets anders te voeden
Na een lange dag kan eten meer doen dan alleen honger stillen. Het kan ontspanning, afleiding of troost geven. Je brein onthoudt dat prettige effect en kan er bij stress, verveling of onrust opnieuw naar gaan verlangen. Dat betekent niet dat je nooit uit emotie mag eten. Wel helpt het om te onderzoeken wat er op zo’n moment werkelijk speelt. Heb ik lichamelijke honger? Ben ik moe? Zoek ik ontspanning, afleiding of troost? Niet iedere vorm van honger kan namelijk door eten worden gestild. Geef jezelf daarom een paar minuten voordat je iets pakt. Misschien kies je daarna alsnog bewust voor iets lekkers. Prima. Maar misschien ontdek je dat een wandeling, een douche, muziek of gewoon even niets doen beter past bij wat je op dat moment nodig hebt.
Liefs,
Jonathan